Uitleg van termen (alfabetische volgorde)
Apostel = leerling
Bekering = omkeren op de weg die van God afloopt, nieuw leven beginnen met God
Belijdenis = openbaar uitkomen voor je geloof, meestal in de gemeente
Besnijden = voorhuid van penis wegsnijden
Beloofde Land = God beloofde een land aan Abraham en zijn nageslacht: het joodse volk.
Discipelen = Leerlingen
Doop = symbolische onderdompeling of besprenkeling met water
Eerste Verbond = verbond dat God met Abraham en het joodse volk sloot
Evangelie = blijde boodschap, de heilbrengende boodschap van de Bijbel
Gemeenten = plaatselijke geloofsgemeenschap
Genade = ontvangende persoon heeft geen verdiensten of rechten om als ontvangende persoon in aanmerking te komen. God geeft genade aan de mens.
Heilig = rein, puur, apart gezet
Heilige Geest = de Geest van God, die kwam nadat Jezus naar de hemel was gegaan
Hogepriester = leider van de priesters die de tempeldienst verrichten
Joodse geestelijken = farizeeërs, waarmee Jezus regelmatig discussie voerde
Kwade = de satan, tegenstander van God
Messias = de Gezalfde, meestal wordt hier Jezus Christus mee bedoeld
Ouderling = ambt (voorganger) in christelijke kerk
Oudsten = ambt (voorganger) in christelijke kerk, kwam in eerste gemeenten al voor
Paaswake = de nacht voor Pasen bidden en waken
Synagoge = joodse tempel, huis van samenkomst
Talmoed = boek met commentaren op de Tenach
Tenach = wet, profeten en geschriften zoals in het Oude Testament
Tien Geboden = tien regels die God aan Mozes gaf voor de mensen > Lees het zelf
Tora = vijf boeken van Mozes, eerste vijf boeken van de Bijbel
Tweede Verbond = verbond met alle volken in plaats van alleen het joodse volk
Uittocht uit Egypte = Mozes leidde het joodse volk Egypte uit in opdracht van God
Wederkomst = de terugkeer van Jezus, dan zal ook het eindoordeel plaatsvinden
Zendingsreizen = reizen om mensen het evangelie te brengen
Zonden = grote of kleine dingen die je doet die niet overeenkomen met Gods wil
Mis je de uitleg van een woord? Mail naar feesten @ basicplus.nl.