Het Nieuwe Testament komt na het Oude Testament en De oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament is Grieks. De eerste vier boeken noemt men de 'vier evangeliën'. Hierin wordt de geboorte, het leven en de wonderen, het sterven en de opstanding van Jezus Christus beschreven. Deze verhalen zijn eenvoudig te lezen en Jezus komt ook veel 'aan het woord'. Het heeft hierdoor een heel persoonlijk karakter. In Handelingen begint het verhaal bij de uitstorting van de Heilige Geest en het leven van de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem. Verder gaat het over zendingsreizen van apostelen, de bekering van Paulus die ook een apostel werd, en de zendingsreizen van Paulus.
De apostelen hebben brieven geschreven naar gemeenten die ontstaan waren, om ze te bemoedigen of te onderwijzen en vermanen. Voorbeelden hiervan zijn de boeken Romeinen, Hebreeën of bijvoorbeeld Jakobus.
Openbaring is geschreven is door de apostel Johannes tijdens zijn verbanning op het eiland Patmos. Het gaat over het lot van de wereld en de mensen. Het is een moeilijk, maar waardevol boek. Het beschrijft de eindtijd en het eindoordeel. Het is tevens het laatste boek uit het Nieuwe Testament en de Bijbel.
Bijbelboeken Nieuwe Testament
Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes, Handelingen, Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, Kolossenzen, 1 Tessalonicenzen, 2 Tessalonicenzen, 1 Timoteüs, 2 Timoteüs, Titus, Filemon, Hebreeën, Jakobus, 1 Petrus, 2 Petrus, 1 Johannes, 2 Johannes, 3 Johannes, Judas, Openbaring